Ik ben nu bijna drie jaar blind. In die tijd heb ik veel geleerd over hoe ik mijn leven opnieuw vormgeef, hoe ik dingen zelf doe en hoe ik mijn eigen ritme heb teruggevonden. Veel gaat inmiddels vanzelf. En juist daarom voelt het soms vreemd als iemand zegt: “knap hoor”, terwijl ik iets heel gewoons doe.
Een kop koffie inschenken. Mijn jas van de kapstok pakken. Een trap oplopen. Dingen die voor mij onderdeel zijn van een normaal, zelfstandig leven. Als iemand daar plots grote bewondering voor uitspreekt, voelt dat niet als een compliment, maar meer alsof ik word neergezet als iemand die nauwelijks iets kan.
Het ongemak onder de oppervlakte
Wat het zo wringt, is dat zulke opmerkingen een verwachting blootleggen die ik zelf niet voel. Ik leef mijn leven zoals het is, met de vaardigheden die ik heb opgebouwd. Voor mij is koffie inschenken gewoon gastvrijheid, en mijn jas aantrekken gewoon iets wat ik doe voordat ik de deur uitga.
Maar zodra iemand zegt: “Wat knap dat je dat zelf doet”, verschuift de aandacht ineens van de handeling naar mijn blindheid. Precies dán voel ik dat kleine steekje van verongelijktheid. Niet omdat ik niet tegen complimenten kan, maar omdat gewone dingen ineens worden opgeblazen tot prestaties.
De dubbele lading van goedbedoelde woorden
Ik weet dat zulke opmerkingen vaak lief bedoeld zijn. Toch voel ik soms dat iemand mij minder capabel inschat dan ik werkelijk ben. Zeker nu ik bijna drie jaar blind ben en in die tijd al heel veel heb geleerd om zelfstandig mijn weg te vinden. Het voelt dan vreemd als iemand verrast is door iets dat voor mij totaal vanzelfsprekend is.
Het creëert afstand — alsof we in twee verschillende werelden leven. En dat gevoel blijft soms nog even hangen.
Herkennen jullie dit?
Ik ben benieuwd hoe jullie dit ervaren. Krijgen jullie ook wel eens opmerkingen als “knap hoor” terwijl je iets heel normaals doet?
- Hoe voelt dat voor jullie?
- Reageren jullie erop, of laten jullie het voorbijgaan?
Ik merk dat dit onderwerp meer raakt dan ik had verwacht, juist omdat het gaat over hoe we gezien worden: niet als bijzonder of uitzonderlijk, maar gewoon als volwaardige mensen die hun leven leven op hun eigen manier.
Tot slot
“Knap hoor” klinkt onschuldig, maar kan precies raken aan dat gevoel van ongelijkheid — niet omdat de handeling moeilijk is, maar omdat ik gezien wil worden zoals ik ben: iemand die leeft, beweegt, regelt, denkt en doet. Niet speciaal, niet uitzonderlijk, maar gewoon mezelf.
Ik ben heel benieuwd of jullie dit herkennen. Wil je je ervaring delen? Dat zou me echt helpen om dit beter te begrijpen en samen te onderzoeken hoe we hiermee omgaan. Laat het weten in de community.